Verhalen

Benieuwd naar de effecten van ons werk? Laat je raken door prachtige verhalen, bijzondere momenten en ontroerende interviews…

De vliegmasjien – Paul 

Marokko 1932. De Fransen bezetten de Tafilalet-oase bij Meknes, koning Hassan de 2e maakt een uitstapje met zijn vader naar Parijs, Marcel Lehoux wint de Grand Prix van Casablanca in een Bugatti54. Daar, in het Noord-Afrikaanse land, komt hij ter wereld: Paul. Zo Hollands als stamppot en poffertjes. Paul, anno 2016: “Ik weet er niets meer van.” Niet verwonderlijk, want zijn ouders – expats avant la lettre – ruilden het Noord-Afrikaanse land al snel in voor ander grondgebied. Waar de Bataafse Petroleum Maatschappij zijn vader precies naartoe stuurde weet Paul niet meer. Zijn vroegste herinneringen liggen in voormalig Nederlands-Indië, de plek waar het gezin vanaf zijn zesde levensjaar neerstreek. Daar groeide hij uit zijn kleding en bezocht hij de basisschool. “De onderwijzeres vroeg wat we wilden worden. Ik stak mijn vinger op en antwoordde: ‘Ik word piloot!’

Wellicht school er destijds al een visionair in Paul. Een jongen die vanaf het land naar de lucht keek en wist: daar, achter de wolken, ligt mijn bestemming. Wellicht liet hij zich inspireren door de reislust van zijn ouders. Of was het een doodgewone jongensdroom? Feit is dat Paul op zijn 18e aan de Luchtvaart Technische School studeerde. Hij verslond de luchtvaartliteratuur en had een bewonderenswaardige cijferlijst. Wel had hij, naar eigen zeggen, een aantal concurrenten. “Samen met drie jongens die hoog scoorden volgde ik fanatiek de vakken. Vanaf de basisschool heb ik altijd hard gewerkt. Ik dacht voortdurend aan mijn toekomst. Achteraf denk ik dat ik soms iets te fanatiek was. Ik had een enorme competitiedrang.”

September 2016. Paul hoeft zich niet meer zo nodig te bewijzen. Hij is nu 84, een leeftijd waarop het hem eindelijk lukt om stil te zitten. Vandaag zit hij urenlang in de Tijdmachine met Nelly bij de platenspeler. Ze luisteren naar the Beatles, wisselen zo nu en dan wat herinneringen uit. “Ik vind u een bijzonder aardige vrouw”, vertelt hij Nelly. Nogal wiedes: een prachtige vrouw die urenlang met je naar je favoriete muziek luistert, wie wil dat nou niet? The Beatles, Elvis, klassieke muziek: Paul geniet met volle teugen. Helemáál stilzitten lukt nog niet. Afgelopen zaterdag was het feest in het woonzorgcentrum. Hij danste wat af op de Gouwe Ouwe-hitjes; afwisselend een leuke dame en zijn rollator als danspartner. “Wilt u niet even zitten, meneer?” had een verzorgster gevraagd toen het dansen steeds meer schuifelen werd. Dat weigerde hij pertinent. Hij kon zijn hele leven nog in een leunstoel naar buiten staren. Nu voerde de muziek hem terug naar de jaren 60.

1960. Een jaar of dertig was hij. Vol overgave had hij zich een weg omhoog gevochten. Eerst was hij onder de dienstplicht van het Franse leger uitgekomen. “Omdat ik in Marokko geboren ben, werd ik geacht voor de Franse krijgsmacht te vechten.” Geen cheveu op zijn hoofd die daaraan dacht. De Nederlandse dienstplicht moest hij echter wel vervullen. “Ik heb een hekel aan oorlog, want ik heb in Nederlands-Indië gezien hoe intens het was.” Toch streed hij als een leeuw. “Oorlog leert je dat je alert moet zijn en niet kunt gaan knikkebollen.”

Knikkebollen kwam er niet van. Na de drie jaar in het leger (“niet mijn favoriete periode”) voltooide hij zijn opleiding, solliciteerde bij de KLM en kwam uiteindelijk terecht bij Fokker. Daar begon hij in de marketing. Zijn carrière nam al snel een vlucht. “Ik heb me opgewerkt tot ik het hele vliegtuigwezen kende.”

De woorden vloeien enthousiast uit zijn mond. Even neemt hij adempauze. Peinzend kijkt hij uit het raam van het woonzorgcentrum in Amstelveen. Schiphol ligt nog geen twintig kilometer verderop. Dagelijks vliegen er vliegtuigen over. Zijn tijd bij Fokker lijkt zo lang geleden en toch zo dichtbij. Veertig dienstjaren vervulde hij bij de luchtvaartgigant. Jaren waarin hij meestal vanaf de grond opereerde. De spanning vierde dikwijls hoogtij. Zakengesprekken in Londen met Rolls Royce, verdachte dozen in het laadruim van de F27 naar Libië, het neerstorten van een vliegtuig tijdens een binnenlandse proefvlucht. Ergens vond Paul het wel bijzonder dat hij zoveel invloed had. “Ik ben maar een klein pionnetje en toch moest ik grote beslissingen maken.”

Het mooiste dat hij meemaakte bij Fokker? Daar aarzelt hij geen moment over. “Dat ik elke dag met vreugde naar mijn werk ging.” Diezelfde vreugde straalt nog van zijn gezicht als hij over zijn carrière spreekt. Het lijkt hem fantastisch om nog eens naar Schiphol te gaan, zich onder te dompelen in de wereld van ronkende vliegtuigmotoren, hangars en verdachte pakketjes.

Wellicht ziet iemand die nu naar Paul kijkt enkel een oude, grijze man. Wie met hem in gesprek gaat ontdekt echter een man die recht op zijn doel afgaat. Hij wilde piloot worden, de luchtvaart werd zijn vriend. Hij vond er zijn vrijheid. Een vrijheid die geen grenzen kent. Dat is Paul. Geboren in Marokko, groot geworden in Nederlands-Indië, sterk geworden in het leger. En een onvoorwaardelijke liefde voor de luchtvaartindustrie. De Tijdmachine brengt hem terug naar vervlogen tijden. Tijden die nog niet geheel vervlogen zijn. Wie weet waar de tijd hem nog brengen zal…

2017. Eind deze maand zal Paul samen met zijn dochter en (schrijfster van dit verhaal) José Verwaal een bezoek brengen aan Fokker Technologies​ om te zien en horen hoe het er tegenwoordig aan toe gaat.
Wordt vervolgd!


Eind mei organiseerden wij in samenwerking met Fokker een speciale middag voor Paul (84), een bewoner van een woonzorgcentrum waar Stichting de Tijdmachine vorig jaar stond. Paul kan urenlang over zijn werk bij Fokker spreken. Het is zijn lust en zijn leven. Daarom namen wij hem mee naar Schiphol.

Welkom op heilige grond.

Op deze Noord-Hollandse bodem dringt het rubber van de vliegtuigbanden diep je neusgaten binnen. De zomerzon beschijnt de vleugels, die boven de wolken onzichtbare grenzen oversteken. De vliegtuigmotoren ronken – trekken strepen in de lucht. Het luchtverkeer keert terug en stijgt op naar onbekende bestemmingen. Hier heerst een onbestemd verlangen, hier broeit de reislust, daagt het avontuur. Welkom op Schiphol Oost.

Op deze grond hebben zijn voeten gelopen, hebben zijn verhalen hun wortels, vinden zijn ideeën hun bron. Vandaag is hij terug, ruim twintig jaar nadat hij afscheid nam van deze plek. Zijn voeten staan niet meer zo stevig in de aarde als toen; hij heeft een rolstoel en een duwer nodig. Gelukkig kan hij nog helemaal de man zijn als hij wordt voortgeduwd; vlak voor vertrek uit het woonzorgcentrum worden zijn pantoffels verwisseld voor een paar prachtig gepoetste schoenen.

Zijn dochter Nicole heeft vandaag vrij gevraagd om samen met haar vader terug te reizen naar de dagen van weleer. Dagen waarin Paul en Fokker in één ademteug genoemd werden, als een onafscheidelijke eenheid. De jaren voor zijn pensioen was hij werkzaam bij de afdeling sales in Amsterdam Zuidoost. Vóór die tijd was Schiphol zijn habitat. Een werkplek waar Paul zich thuis voelde, die hij koestert in zijn herinnering en nog regelmatig ter sprake brengt.

Vandaag neemt Stichting de Tijdmachine hem mee op tijdreis. Ruim een half jaar geleden had Paul in de tijdmachineweek gedanst op muziek van the Beatles, urenlang bij de platenspeler gezeten en verhalen gedeeld over vervlogen jaren. Een waar genot. De tijd brengt hem nu terug naar de jaren waarover hij zo bevlogen kan vertellen; de jaren dat hij voor Fokker werkte.

Enthousiast Fokker-personeel begroet hem. Foto’s van Pauls afscheid komen tevoorschijn. “Oh, heet u Paul? Dan ken ik u wel!” roept een enthousiaste medewerkster uit. Er wordt zelfs een woordje Maleis gesproken, een taal die Paul regelmatig sprak. Een warm welkom in een vertrouwde, maar veranderde wereld.

Want een ding is duidelijk: Fokker is de afgelopen decennia flink veranderd. Het bedrijf heeft voet aan de grond gezet en is inmiddels gespecialiseerd in reparaties van vliegtuigonderdelen. Paul en zijn gevolg krijgen een rondleiding door ruimtes waar kundige handen defecten aan de machinerie repareren. Gooit een piloot zijn koffiebeker per ongeluk over het besturingssysteem? Geen nood aan de man; Fokker repareert het. Hier worden de mysterieuze black boxes (die oranje blijken te zijn) en hydraulische componenten weer gebruiksklaar gemaakt. Met minutieuze aanpassingen worden cruciale onderdelen gerepareerd. De testbanken staan garant voor de laatste controle. De beste vliegers staan met beide benen op de grond.

Paul vliegt vanuit zijn rolstoel. Je hoeft maar naar zijn gezicht te kijken of je ziet dat zijn gedachten vleugels krijgen. Zijn ogen schitteren, zijn stem valt stil. Hij neemt alles tot in de puntjes in zich op. Een unicum; deze man kan normaal uren praten over de wereld van de vliegmachinerie. Nu hij ziet wat er de afgelopen twintig jaar gebeurd is, is hij bijzonder onder de indruk. Hij vindt het een eer dat hij hierbij mag zijn. “Dit had ik nooit verwacht”, is zijn repliek.

De ruimte waarin de machinerie gerepareerd wordt kan zijn goedkeuring wegdragen. “Imposant en overzichtelijk”, vindt hij. Zelf stond hij aan de vooravond van de huidige ontwikkelingen. Hij was betrokken bij het schrijven van een technisch handboek en via media en gesprekken met ontwikkelaars hield hij de technologische voortgang nauwlettend in de gaten. Dat Fokker anno 2017 met röntgenapparatuur werkt om alle defecten vanbinnen te bekijken, verbaast hem niet zozeer. Paul: “Dat komt omdat ik contact zocht met mensen die verder waren. Daardoor kon ik een beetje in de toekomst kijken.” Hij had echter nooit verwacht dat hij ooit met beide benen (of nou ja, met vier wielen) ín die toekomst zou staan.

De tijd voert hem naar de hangar van KLM Cityhopper. De banden tussen Fokker en KLM waren altijd al nauw; vroeger werkte Pauls vrouw zelfs als directiesecretaresse voor de KLM. In de hangar staat een van de laatste Fokkervliegtuigen die het luchtruim zal betreden; een Fokker 70. Binnenkort zal deze kist naar Nieuw-Guinea vliegen en een Nieuw-Guinees stempel krijgen. In oktober is het gedaan met Fokker in de lucht. “Het is dus een bijzondere kans dat Paul dit nog kan zien”, zegt een medewerker van KLM Cityhopper.

En jawel; Paul wil deze prachtige kist graag van binnen bekijken. Met hulp van de zorg, stapje voor stapje, betreedt hij de Fokker 70. De binnenkant van het vliegtuig is indrukwekkend. “Heerlijk koel is het hier”, zegt Paul. Hij vertelt dat er beelden bij hem opkomen van vroeger, hoe de hangar er toen uitzag. Het is nog steeds hetzelfde en toch helemaal anders. Een wereld waarin hij zich thuis voelt.

Als we weer veilig op de grond staan, is Paul ontroerd. “Het is een gedenkwaardige dag”, zegt hij tegen Anne van de Tijdmachine. Anne knippert even met haar ogen. Deze reis maakt ook indruk op haar, en alle andere aanwezigen. En Paul? Die gaat naar huis met een tas vol souvenirs. Miniatuurvliegtuigen, een Fokkerstropdas, foto’s en verhalen; hij is ongelofelijk verwend. In de volle zon poseert hij nog even voor de foto, verzucht dan: “Ik zou wel een kom erwtensoep lusten. Dan is mijn dag compleet!”